Later wil ik rijk zijn

Ik ben Jason.
Ik ben aan het werk,
maar ik ging even mijn telefoon ophalen.

Ik help mijn oom in zijn winkel, nu ik vakantie heb.
Ik logeer bij mijn vader,
daardoor kan ik mijn oom helpen.
Normaal woon ik bij mijn moeder,
daar werk ik bij de Dirk.

Ik wil geld verdienen.
Veel geld, want later wil ik rijk zijn.
Dat ik niet de kantjes er af moet lopen.
Anders dan nu.
Misschien willen mijn ouders dat ook wel,
maar het lukt hen nu niet.

Van wat ik verdien in de winkel zet ik twee derde opzij.
Als ik in een maand 75 euro verdien,
neem ik 25 om de maand mee door te komen,
spulletjes te kopen en zo,
en spaar ik 50.

Met dat geld wil ik op vakantie,
met vrienden,
als we klaar zijn met het middelbaar.

Ik denk elke dag aan het geld.
En aan de reis: we willen naar Kreta.
Daar ben ik geweest met mijn moeder.
We kwamen er helemaal tot rust.
Misschien dat ik daarom terug wil.

Opgetekend op 1 mei in de Woonkamer van de Burgemeester.

De muizenvanger van Delfshaven

Ik ben Mazlum.
Ik ben de muizenvanger van Delfshaven.
Ik werk voor gemeente Rotterdam.

Ik vang de muizen niet met een fluit
of met mijn tang,
maar met lokdoosjes.
Ook ratten en kakkerlakken.
Elk dier heeft zijn eigen lokmiddel,
met zijn eigen specifieke geur.

Voor kakkerlakken is het een plakstrip,
met een geur die ze van ver ruiken.
Ze komen er op af,
en dan plakken ze vast.

 

Opgetekend op 1 mei in de Woonkamer van de Burgemeester.

Verankerd (of van het ene groen komt het andere)

Ik ben Hans.
Mijn bemoeienissen met de wijk stammen uit de tijd
van na het overlijden van mijn vader en moeder.
Voor die tijd had ik ook al wel wat gedaan:
door een of andere crisis was er geen geld meer,
dus wilde de huurbaas zijn woningen duurder maken.
Hij zei: niet getreurd, zij die het niet kunnen betalen die zijn weg.
Maar daar waren wij het niet mee eens.

Samen met mijn buurvrouw Tonnie (van het Zelfregiehuis) heb ik actie ondernomen.
Wij zeiden: wij zijn verankerd met de buurt
en daarom bouwden we een anker, van 6 meter hoog.
Haar ontwerp, met binnenin mijn techniek.
Niet helemaal zelf bedacht, maar goed afgekeken van anderen.
Vreselijk leuk samengewerkt.
Dat heeft geresulteerd in dat ik
– en andere oude bewoners –
hier nu nog wonen.

Nadat we dat met onze huizen hadden meegemaakt,
zijn we ons met de buurt gaan bemoeien.
We kregen te horen dat Humanitas hier de grootste flat van Nederland wilde bouwen:
900 meter lang, langs de spoordijk.
Nu kijken wij hier wel tegen die spoordijk aan,
maar daartussen zit groen
en dat wilden we zo houden.

De baas van Humanitas deed daar niet moeilijk over.
Hij wilde niet vechten voor een stukje grond,
want hij wist: ik kom wel terecht.
En wij waren blij dat het niet doorging,
maar we hadden er wel een vereniging bij, ProGroen,
en die is gelijk doorgestoten.

Bij de voetbalvelden hier wat verder was een stuk asfalt, dat niemand gebruikte.
Met een beetje des gratie Gods hebben we toestemming gekregen om er potten en planten neer te zetten, wat appelboompjes in big bags.
Twee-drie jaar later kwam er een blokhut bij.
Dat is de Pluktuin geworden.
Dat is nu zo’n negen jaar geleden.

Intussen begon het Essenburgpark te dringen.
De NS wilde af van alle grond waarop ze niet reden.
Wij hebben voorgesteld aan de gemeente:
als jullie de grond kopen, dan onderhouden wij het park.
Dan wordt het wel geen volledig aangelegd park, maar een dat verwildert.
Een park waar al eens een boom mag vallen,
en waar ook al eens een boom mag groeien.

Dat idee is aangenomen.
Er is echt rekening gehouden met onze wensen.
Wij hebben inspraak gehad.
Dat zijn prettige dingen.

Nu is het park volop in ontwikkeling en het is prachtig mooi aan het worden.

Opgetekend op 1 april al wandelend van de Woonkamer van de Burgemeester naar en door het Essenburgpark.