Macedonië

Ik ben Faruk.
Daarnet was ik nog chagrijnig,
maar nu ben ik weer vrolijk.

Ik hou van planten.
Ik werk als vrijwilliger bij het herbarium
van het Natuurhistorisch Museum.
Daar werk ik met dode planten,
en in de Spoortuin met levende.

Ik kom uit Bosnië,
maar hou van Macedonische muziek.
Uit Noord-Macedonië.
De vlag is de zon.

Ik luister vaak naar Leb i Sol,
jazz-rock met lange instrumentale delen,
daar kun je heerlijk op chillen.

Leb i Sol.
Dat betekent:
Brood en Zout.

Opgetekend op 9 mei in het Nozepandje.

 

Klasgenoot

Ik ben Sija.
Vijf jaar geleden vond ik een klasgenoot terug,
die ik 55 jaar niet had gezien,
via Facebook.

Ik stuurde hem brutaal een bericht: ben jij dat?
Die die daar heeft gewoond?
Een uur later kreeg ik een bericht terug:
ja, dat ben ik.

We hebben drie maanden contact gehad,
toen stelde hij voor om koffie te drinken
en ik heb ja gezegd.

Maar meteen dacht ik: oei,
wat heb ik me nu weer op de hals gehaald?
Mijn man is nog maar een paar jaar overleden,
en nu heb ik afgesproken met een andere man.
Ik heb de computer uitgezet.

Net voor Kerst spraken we af.
Ik keek naar buiten en zag uit de tram
een man met een enorme bos rode rozen
naar buiten stappen.
Dat zal wel niet voor mij zijn, dacht ik.
Maar jawel, dat was hij!

We hebben herinneringen opgehaald
en op een bepaald moment zei hij:
ik moet je iets vertellen,
maar misschien mag ik dan nooit meer komen.

Ik dacht: oei oei,
heeft hij in de gevangenis gezeten?

Hij zei: ik ben homo.
Ik zei: okee.
Hij zei: ik woon al 44 jaar samen met een man.
Ik zei: dat is langer dan mijn man en ik getrouwd geweest zijn.

Ik was daarin heel nuchter.
Daarna is onze band heel sterk geworden.

Ik ben vrienden kwijtgeraakt door deze vriendschap.
Daarom werk ik nu bij Stichting Bij De Kerk,
die zich inzet voor acceptatie van homoseksualiteit en transgenders in de kerk.
Ik ben moeder van een gehandicapte zoon,
ik weet hoe het voelt om door je familie te worden uitgesloten.

Opgetekend op 9 mei in het Nozepandje.

De beste stuurlui staan aan wal

Ik ben Corrie.
Vroeger zat ik bij Buurt Bestuurt.
Daar hadden we het idee voor een huiswerkklas.

Die kwam er, dankzij Sevim van de Vierambachtsschool,
zij kende kinderen genoeg die begeleiding nodig hadden.
Zo oefenden we als de CITO toets er aan kwam,
we leerden tafels
en ik weet nog: de kinderen van groep acht,
die hadden heel veel moeite met spreekwoorden en gezegden.

In rekenen waren zij vaak erg goed,
maar in taal hadden ze een enorme achterstand.
Als je dan tegen zo’n kind zegt
de beste stuurlui staan aan wal
dan weten ze niet wat het woord wal wil zeggen.
Dus je moet eerst de woorden van de zin uitleggen,
en daarna pas wat het geheel betekent.

Maar het mooiste aan de huiswerkklas was het gevoel
dat als je naast een kind zat om er iets aan uit te leggen
dat dat kind zelf voelde:
“he, er maakt iemand tijd voor mij – voor mij alleen”
Dat beseften die kinderen donders goed.

Je bent toch bezig met de toekomst.
Deze kinderen weten nu wat het is
als er mensen zijn die vrijwillig naast jou komen zitten
om jou te helpen.

Opgetekend op 14 maart in het Nozepandje.

Tulpen uit Rotterdam

Ik ben Piet.
Ik woonde vroeger in de Pupillenbuurt.
Toen ik mijn baan kwijtraakte, en niet op de bank wilde blijven zitten,
werd ik zorg-vrijwilliger bij hospice De Vier Vogels.

Als zorg-vrijwilliger help je de verpleegkundige met wassen, koken, aankleden.
Met alles eigenlijk.
En als iemand trek heeft in een haring, dan halen we haring,
omdat het om de laatste fase van iemands leven gaat.
Die aandacht,
die is zo belangrijk.

Op zondagochtend had ik altijd dienst
en dan schoof ik een roosje in een borrelglaasje bij het ontbijt
– dat vaak nog maar een beschuitje is in die laatste weken,
maar met een mooi servetje en een roosje erbij,
krijg je toch een Hilton gevoel.

Het viel mij op dat dat roosje na het ontbijt altijd op het nachtkastje moest blijven staan.
Heel veel mensen krijgen in die laatste fase geen bloemen meer,
pas als ze overlijden.

Toen kwam het idee:
kunnen we niet zorgen dat er elke week een bloemetje op het nachtkastje staat?
Zo is Tulpen uit Rotterdam ontstaan.

De gemeente wilde ons ondersteunen,
maar alleen als we ook zorgden voor een bloemetje voor buurtbewoners.
Toen heb ik voor het eerst het Nozepandje gehuurd,
en hebben we hier bloemstukjes gemaakt.
Vanaf het begin was het een succes.
Het mooie is: je hoeft niets te zeggen.
Je geeft aandacht met een bloemetje.
En dan komt er altijd een glimlach.
Een echt contactmoment.

Mensen uit de buurt vinden het leuk om mee te helpen,
om elkaar weer te zien.
Hoe is het nog met jou?
Wat is er van de week gebeurd?
Je leeft met elkaar mee.
Als een familie.

En achteraf ga je weer naar huis.
Elk naar je eigen leven.

Opgetekend op 14 maart in het Nozepandje.